Thema: []
Dear Polly Paula Kremer, 2012-02-01
De Engelse titel heeft een reden!
Eigenlijk komt het door juffrouw van der Stelt, onze dertigjarige vrijgezelle Engelse lerares. Haar vader was kassier van de boerenleenbank in Tholen, de plaats waar ik naar de middelbare school ging.
Een gedeelte van het grote huis aan de haven was omgebouwd tot kantoor. Boven kantoor en woning waren grote kamers. De voorkant van de bovenverdieping had Annie van der Stelt tot haar beschikking.
Omdat het grootste deel van de scholieren uit omliggende plaatsen kwam banjerden deze vaak langs het water. Daar aan de haven was altijd reuring. Soms waren, met name de jongens, baldadig en maakten ze met ons meisjes tochtjes op de Eendracht in de losgemaakte roeibootjes. Als Annie tussen de middag thuis was bespiedde ze ons. Als onschuldige engeltjes zwaaiden we naar haar. Desalniettemin verklikte ze het aan het, helaas voor haar, getrouwde schoolhoofd. Daarna was het varen weer een tijdje gedaan.
Gelukkig bleef juffrouw van der Stelt meestal tussen de middag op school.
Op een dag kwam er een grote verandering in haar leven. Bij de boerenleenbank was een nieuwe lokettist aangesteld, die wel wat in Annie zag.
Zij greep haar kans.
Steeds vaker ging ze nu tussen de middag naar huis. Soms liep het stel, tot grote hilariteit van ons, verliefd over de kade. Schijnheilig groeten we ze.
Ze veranderde trouwens helemaal! Niet alleen werd ze vrolijker, ze liep op hoge hakken en het stijve opgestoken haar maakte plaats voor een vlot gekleurd kapsel. De ochtend na het kappersbezoek had ik een primeur. Tegelijk met haar was ik bij de enige kapper, die het eiland rijk was. Verder drong Annie er bij ons op aan een penvriend uit Canada te nemen.
Waarom Canada?
Ik kreeg iemand uit Toronto, die mij steevast Polly noemde.
Heel toevallig, vanwege de regen, ging ik op een dag met de bus. Meestal fietste ik. Jongens, die vanwege datzelfde weer ook met de bus waren, slaagden erin de correspondentie brief uit het voorvakje van mijn tas te pikken. Meteen was er grote lol om "Dear Polly" Ze vroegen of ik 'maple leave' kauwgum gebruikte en of ik wel eens bij Prinses Margriet kwam. Wekenlang heb ik van alles moeten horen.
En juffrouw van der Stelt?
Die is getrouwd met de lokettist en ze zijn gaan wonen in Canada.
top | home
Thema: Ik werd wakker van
Nachtelijke jungle Ella Homan, 2011-10-19
De weg is afgesneden. Keren kan niet meer. Een slingerpad omlaag de jungle in.
Groene handen grijpen hemelwaarts en sluiten zich in zompig natte duisternis. Het pad verweekt tot een moeras.
Schuifelen in glibberige drab...een tuimeling tot stikkens toe de diepte in, een schreeuw, een schok, een ademsnik, klam wakker worden in ontluikend licht.
top | home
Thema: schrijf een spannend verhaal
Spanningen Bertie Kaars, 2011-11-28
Verdwaasd keek ze om zich heen, pikkedonker. Met haar handen tastte ze voorzichtig in het rond, ze voelde niets. Gelukkig, alleen haar voeten waren bij elkaar gebonden, zodat ze nog wat bewegingsvrijheid had. Ondanks de angst, die alle hoeken en gaten van haar lichaam in bezit had genomen, leek ze wel iets van honger te voelen en snakte ze naar een slok water liefst meer dan een. Uit alle macht probeerde ze overeind te komen om rond te schuiven op haar achterwerk en te voelen naar deuren of iets. Al kon ze zich maar een beetje oriënteren, dat zou de angst wellicht wat dempen. Haar hoofd bonkte en de rugpijn was zo hevig. Slap en te bang liet ze zich weer vallen. Een groot doek. Met daarop de laatste woorden die ze tegen haar ouders schreeuwde, verscheen voor haar ogen. Alles zo niet belangrijk meer. Ongewilde tranen liepen over haar wangen en een zielig gepiep ontsnapte uit haar mond.
Met een dreun viel de deur achter hem dicht. Dat eeuwige gezeur van die ouwe. Steeds iets van hem willen, dat hij niet kon geven. Zo was het altijd geweest, hij kon niet meer. Zijn moeder kende hem, wist het wel, de pesterijen, de onmacht en angst iets terug te doen. Ook zij liet hem stikken. Voor zijn gevoel had nog nooit iemand hem geholpen, gewaardeerd en geaccepteerd.
Margot blijft nu wel heel erg lang weg, Jan. Ze weet dat ik op tijd wil eten en haar dan ook thuis verwacht. Ze krijgt toch genoeg vrijheid van ons in andere dingen. Hoe lang duurt de puberteit van meisjes tegenwoordig, 't begint al vroeg genoeg. Ik ben al die ruzies zo zat. Meid, Wil, probeer het niet allemaal zo serieus te nemen en laat haar maar eens op haar bek vallen. En, ja, loverboys, drugs, drank, het kan allemaal. Ook met onze dochter. Die ruzies steeds, jagen haar wellicht juist de verkeerde kant op. We hebben gewoon niet alles in de hand.
Geknars van een deur, een glimpje licht. Hier, drink. Een gehandschoende hand duwde haar een flesje toe. Gretig pakte ze het aan. Er kon van alles inzitten, wat maakte dat nu nog uit. Ze probeerde zoveel mogelijk van het vocht naar binnen te krijgen. Liggend op de vloer was dit niet zo eenvoudig en hoestend en proestend eindigde dit in benauwdheid en paniek. We moeten de politie bellen Jan, dit is niet normaal meer. Het is elf uur. Haar gezicht is wit met rode vlekken van de steeds opkomende huilbuien, de angst. Meid, laten we nou nog even wachten, die jonge grieten hebben geen idee van tijd en hoe snel ouders zich de meest verschrikkelijke dingen in het hoofd halen. Niet meteen het ergste denken. Ze vond hem nogal kalm of was zij te snel in paniek. Wil, ik ga nog eens de buurt door en misschien richting centrum.
Zittend tegen een boom, moedeloos, zijn handen doelloos krabbend in zijn haar, wat nu. Naar huis gaan, maar hij wilde niet meer terug, was het zat, kon er niet meer tegen. Oké, hij was geen vent, hij was een lafbek. Zijn vader had gelijk. Van je afslaan, je mond opentrekken, terug vechten. Zo moest je je plekje veroveren in deze rotwereld. Hij hoefde niet. He, ging daar nou iemand langs dat pad? Ook niet normaal om deze tijd, bijna nacht. Voorzichtig stond hij op, trok zijn schoenen uit en sloop in de richting van het geluid. Mark ging achter de vreemde wandelaar aan, op veilige afstand.
Hij ging niet naar binnen. Het voelde niet goed. Alsof er iemand in de buurt was, die er beslist niet bij hoorde. Beter doorlopen. Niet iemand op ideeën brengen, als er echt iemand was. Het zou zijn slechte geweten wel zijn, nou ja, slecht, hij moest niet zo overdrijven. Zat verdorie zichzelf een beetje bang te maken. Doelbewust liep hij door, zag kans niet op of om te kijken.
Ze hoorde de deur zachtjes open gaan. Iemand sloop naar binnen. Gek, de deur bleef open. Langzamerhand kon ze iets onderscheiden. Een mannenfiguur, angst verkrampte haar hele lijf. Een schoenloze voet raakte haar. Ze kon een kreetje niet onderdrukken. Iemand knielde naast haar neer en fluisterde "Wie ben je, kun je opstaan, moet ik je helpen?"Flauw van opluchting wist ze: Dit is goed, niet die engerd.
Hij bracht haar naar huis. Jan was er niet. Hij was aan het zoeken naar Margot. Wil had geen woorden voor haar blijdschap nu ze haar dochter levend en wel weer in de armen kon sluiten.
De politie heeft niemand kunnen arresteren. Te weinig, te onduidelijk en teveel verstoorde sporen. Er waren vingerafdrukken en haren e.d. van haar ouders en van Mark op haar kleding en lichaam, nogal logisch. Ook van haar klasgenoten werd er van alles gevonden. Allemaal simpel te verklaren.
Mark had zijn moment van aandacht en roem. Thuis en op school was de houding van de anderen tegenover hem veranderd. De grootste winst was zijn eigen gevoel. Hij had dan toch maar het lef gehad die figuur achterna te gaan, de jachthut te vinden en naar binnen te gaan. Hoe bibberig hij toen van binnen was, hoefde niemand ooit te weten.
Zes maanden later gingen Wil en Jan uit elkaar. Margot voelde grote opluchting.
top | home
Thema: Bekende Nederlander: Jan Siebelink Locatie: Violenbed Keukengereedschap: Schuimspaan
Thea de Hilster, 2011-12-21
 Geachte heer Rutte,Heel lang geleden pakte men mij elke dag beet. Men gebruikte mij graag, vooral als er veel mensen waren. Ik kon daar van genieten. Ik werd warm van binnen, er werd in mij geroerd, men sprak over mijn inhoud en daarna nam ik een warme douche.
Nu gebeurt dat nog maar zelden. En ik zal u uitleggen hoe dat komt. Ik woon in een kasteel. De bewoners zijn echte aristocraten en vertonen zich weinig aan mij. De bedienden praten echter over alles wat er zich in het kasteel afspeelt. En zodoende ben ik aardig op de hoogte. Het is eigenlijk sluipend begonnen. Toen de eigenaren hier pas woonden, gaven ze bijna elke week wel een groot banket. Er schoven dan musici, wetenschappers, schilders, schrijvers en dichters aan. Deze avonden waren zeer geanimeerd en ik heb menig fraai stukje proza, poëzie of muziek gehoord, terwijl ik op tafel stond. En ook de discussies waren soms pittig. Aan het plaatje kunt u zien hoe groot het kasteel is. Het onderhoud bleek steeds duurder te worden en de bewoners hadden hun geld geďnvesteerd in waardepapieren die veel minder opbrachten dan vroeger. En zo slonken langzaam maar zeker hun inkomsten. Dat kon ik merken. De feesten en banketten werden nog maar enkele keren per jaar gehouden. Vaak ook hoorde ik zeggen dat het rijk nergens geld voor over had. Want subsidie voor het onderhoud van een erfgoed was er niet bij. Ik kwam daardoor steeds minder in de vertrekken van de bewoners, men stopte mij weg in de keuken. En nu is het zover gekomen dat men mij wil afdanken.
En omdat ik hoorde dat u voor veel problemen een oplossing heeft, dacht ik: laat ik meneer Rutte eens schrijven. Ik moet weg uit het huis waar ik zeker dertig jaar trouwe diensten heb bewezen, maar waar men mij nu niet meer kan gebruiken. En dan kunt u wel zeggen dat ik een andere baan moet gaan zoeken. Dat er werk is voor iedereen die wil werken. Maar daar heeft u het toch echt mis. Ik ben wel groot, maar helaas niet flexibel. Er worden zelden of nooit meer grote feesten gegeven. Houdt u ze nog wel eens? Kunt u mij dan gebruiken? Kom me halen, ik wil u heel graag van dienst zijn. Ik ben groot, oud en fraai gedecoreerd en wil nog graag iemand tot nut zijn.
Met vriendelijke groeten,
S. Teelpan
top | home
Thema: Bekende Nederlander: Jan Siebelink Locatie: Violenbed Keukengereedschap: Schuimspaan
De liefdesbrief Henk Breeuwsma, 2011-12-21
 Lieve Jan,
Het is alweer een tijdje geleden dat we contact hebben gehad. Ik herinner me de laatste keer dat je bij mij was. Het was een zomerse dag en de ramen in de keuken stonden open. Je was uitgelaten en lachte dikwijls over allerlei onbenulligheden. Je vrouw was er ook bij, maar die was minder enthousiast en al gauw verdiept in een boek. Is zij misschien ook een fan van jouw boeken? Toen je gevraagd werd om Monique, mijn keukenmeesteres, te helpen met het bereiden van de warme maaltijd had je mij al gauw in je handen. Kennelijk wist je nog niet goed wat te doen, want je zwaaide maar wat heen en weer met mij. Ik werd er zelfs een beetje duizelig van. Gelukkig streelde jij op een gegeven moment mijn rondingen met tederheid en toen je het handvat beroerde zag ik dat je veel belangstelling had voor Monique. Alsof je daar iets mee wilde uitdrukken. Goed dat je vrouw op dat moment niet in de keuken was. Ik geef overigens toe: Monique ziet er best goed uit voor haar leeftijd.
Toen de roerbakgroente in de hapjespan werd gedaan, ging je aan het werk. Roeren kun je als de beste heb ik gemerkt. Dan weer met je linkerhand, dan weer met je rechter. En je bleef maar kletsen. Jammer dat je mij wel eens te lang op de bodem van de pan hield. Je hebt geen idee hoe warm het daar wel is. De olie die jij gebruikte vond ik eigenlijk te dik. Die gaat niet door de gaatjes en daardoor blijft het voor langere tijd op mij liggen. Dit had ik me anders voorgesteld.
Lieve Jan, het was een gezellige middag en hoewel ik enigszins zeur over een paar kleine dingen, heb ik tot op heden nog nooit zoveel liefde gevoeld. Jouw handen gaven mij de prikkels die zelfs het leven van een schuimspaan behoorlijk op zijn kop kunnen zetten. Eigenlijk hoop ik dat ik je weer eens mag ontmoeten. En dan het liefste in de vrije natuur. Daar waar ook de stilte voelbaar is. Even verder, hier om de hoek, staat een prachtig perzikachtig gekleurd violenbed. Laten we daar eens de mooiste bloemen van afschuimen. Misschien brengt het jouw op een idee. Wat kun je zoal niet doen met bloemen. Als je het niet weet help ik je natuurlijk daarbij. Ik zal tevoren vragen of mijn bazin mij na het afwassen in een schitterend glansbad zal doen, zodat je je kunt spiegelen als je mij omarmt. Je weet Jan, de liefde van een schuimspaan komt pas tot bloei in een kleurrijk violenbed. Ik hoop je gauw te zien. Kusjes. Je allerliefste Schuimspaan.
top | home
Thema: thriller
Huwelijksgeluk Maria Sta van Uiter, 2011-12-21
Op een mistige Zondagmorgen in januari om een uur of elf komt een jongeman aangefietst achter de tuinen van een rij huizen. Daarom ziet hij pas, als hij er bijna overheen valt, de man op de grond liggen. Geschrokken blijft hij staan en denkt: "Wat heb ik nu aan mijn fiets hangen." Hij kijkt even om de hoek. Er is niemand te zien als hij de straat uitkijkt. Dan loopt hij even terug en bekijkt de man nog eens. Goed gekleed en verzorgd, met bloed op zijn borst. Hij raakt hem met zijn voet aan maar de man geeft geen teken van leven. Hij voelt nog even aan de halsslagader, er is geen hartslag. Het beste is dan maar de politie te bellen en weg te wezen. Gelukkig heeft hij zijn mobieltje niet vergeten. Het is toch het minste om dit even door te geven denkt hij. Dan zoeken ze het verder maar uit zonder hem.
De vader komt volgens afspraak om negen uur achterom de keuken in, waar zij met het kind op de heup al klaar staat om het die dag mee te geven. Het is de tweede keer sinds hij bij hen weg is dat hij zijn zoon voor een dag komt halen. De eerste keer wilde het kind niet met hem mee. Nu heeft ze hem allerlei leuke dingen voorgespiegeld wat hij met pappa allemaal gaat doen. Naar Oma en Opa, naar de diertjes kijken, naar de glijbaan en een ijsje eten, terwijl het voor haar alleen maar ellendig voelt om hem mee te geven. Maar ook deze keer roept het kind: "Nee, nee, nee" en klampt zich met armen en benen om haar vast. "Je denkt toch niet dat ik hem van mij af ga trekken en in deze toestand mee ga geven" zegt ze. De man zegt met een grote vloek tegen haar: "Zo, heb je het voor elkaar gekregen, dan zal ik je godverdomme je strot dicht knijpen." Op het moment dat hij met twee stappen op haar af komt, grijpt ze een keukenmes van het aanrecht en stoot dat met kracht in zijn borst. Hij kijkt haar ongelovig aan en zakt door zijn knieën. Ze brengt het kind dat nog op het aanrecht zit snel naar de kamer, zet het in de kinderstoel en rent terug naar de keuken. De man geeft geen teken van leven meer wanneer ze het mes uit zijn borst trekt. Ontredderd roept ze: ·"O mijn God wat heb ik gedaan." Snel komt ze tot bezinning en denkt: 'Ik moet zorgen dat hij uit huis weg komt.' Ze pakt de man onder zijn schouders vast en sleurt hem de achterdeur uit, het erf over, de poort uit, waar ze hem achter de hoge schutting laat liggen. Het is mistig, niemand heeft haar gezien. Ze doet de poort op slot, bedenkt in paniek: 'wat nu te doen.' Weggaan, maar waar naar toe? Ze pakt het hoognodige in een tas, stopt het mes erbij, pakt het kind op, vergeet ook niet de hond mee te nemen, loopt rustig naar haar auto en vertrekt met onbestemd doel. Onderweg denkt ze nog, trillend over haar hele lijf: 'zou hij eigenlijk wel echt dood zijn?' Ze zullen hem daar in ieder geval wel vlug genoeg vinden. Ze zal haar advocaat bellen en hem alles vertellen en een oppas voor haar kind en hond regelen, want ze zullen haar vast wel snel opsporen.
top | home
Thema: []
Vreemde lucht Rien Sieben, 2011-09-28
Het is laat op de avond. "Gas, ik ruik gas!" "Waar dan?" "Nou hier, boven het aanrecht." "Ja nou je het zegt ruik ik het ook. Is het waakvlammetje van de geiser soms uitgewaaid?" "Nee dat brandt nog." "Staat het gasfornuis nog aan?" "Nee ook niet. Alle knoppen staan op uit." Ik draai voor de zekerheid ook het toevoerkraantje maar dicht. "Doe jij de geiser even uit. Jij ruikt het toch ook?" "Ja zeker weten. Zou er ergens een lek zijn? Misschien komt de lucht wel bij de buren vandaan. Zijn die wel thuis?" "Geen idee. Dan mogen we hen wel even waarschuwen". "Rrring....rrring." De deur wordt opengedaan. Buurman in zijn pyjama. "Hoi buurman, mogen we even in je keuken ruiken?" "Hoezo? Het eten is al een tijdje op hoor". "Nee daar komen we niet voor, ruik jij soms ook een gaslucht? Bij ons wel hoor. Snuf, snuf, nee hier niet. Kom mee en ruik ook even". Buurman trekt zijn ochtendjas aan en loopt mee. "Ruikt u het?" Ook de buurvrouw komt nu verschrikt aangelopen: "Hoor ik dat jullie een gaslek hebben?" Nadat iedereen rondge-snuffeld heeft staat het nu definitief vast: het ruikt naar gas! "Is het eigenlijk gevaarlijk?" vraag ik mij opeens af. "Nee," zegt buurman die nogal technisch is. "Van aardgas kan je niet bedwelmen of stikken. Alleen als je er een vlammetje bijhoudt, dan vliegt het hele huis de lucht in!" Erg opbeurend is buurman niet. "Zeepwater!" schiet hem ineens te binnen. "We moeten de gasbuizen met zeepwater insmeren. Als er zeepbellen ontstaan, dan zit daar het lek". Zo gezegd, zo gedaan. Alle gasbuizen worden ingesmeerd met zeep-water, maar geen belletje te bekennen. Buurvrouw krijgt ook ineens een heldere ingeving: "Misschien komt het gas wel van beneden vandaan. De hoofdtoevoer-buis loopt door de fietsenboxen!" Snel lopen we in ganzenpas de buitentrap af. De boxtoegangsdeur wordt ontgrendeld en iedereen snuift voorzichtig zijn longen vol. "Als je het mij vraagt, ruikt het hier ook naar gas", zegt buurman. Ja, nu ruiken wij het ook. "Wat moeten we doen?" "Onmiddellijk het gasbedrijf bellen!" "Goed idee!" Een half uur later stopt er een dienstwagen van Nuon voor de deur. Er stapt een kleine fors gebouwde man uit in een donkerblauw pak. Hij draagt een zwarte leren koffer. "Goedenavond", zegt hij nogal kordaat: "Waar is het gaslek?" "Komt u maar mee naar de keuken en ruikt u maar". Alle ogen zijn nu gericht op de nors uitziende gasspecialist. Deze zet zijn leren koffer op de grond, tuit zijn lippen, sluit zijn ogen en snuift enige keren kort na elkaar, zoals alleen een expert dat kan. Vijftien seconden is het doodstil. Dan zegt hij: "Ik ruik helemaal niets!" Iedereen ruikt nu geschrokken mee. "U heeft gelijk, ik ruik ook niets. En jij buurman?" "Nee ik ook niet!" Niemand ruikt meer iets! Wij staan allemaal als aan de grond genageld. "Prettige avond verder", zucht de ambtenaar, pakt zijn zwarte koffer en terwijl hij de trap afloopt horen we hem nog net zeggen: "Wat een kloteavond, altijd hetzelfde gesodemieter!"
top | home
Thema: thriller
Een nieuwe cultuur Henk Breeuwsma, 2011-11-28
De klok in de statige gang van het herenhuis slaat negen uur als Johan de deur opent. Zojuist heeft hij de hond uitgelaten. Mist hangt in dikke lagen rond zijn woning in Apeldoorn. Dit is een ochtend die je beter maar over kunt slaan. Als hij zijn jas aan de kapstok hangt roept Anja, zijn vriendin, vanuit de keuken: "Heb je het al gehoord? De rage in Amerika is overgewaaid naar Europa en dus ook naar Nederland. De bevolking heeft met afgrijzen gereageerd. Kijkt maar eens in de krant." "De rage? Welke rage? Het zal toch niet……." "Ja, het is het wel. Gisteren hadden we het er nog over toen Greta en Piet op visite waren." "Ik wil het meteen lezen", zegt Johan en snelt de woonkamer in Het is voorpagina nieuws in het dagblad van 17 juni 1956. De jeugd is losgeslagen door het aanzetten van zwarte muzikanten. Op de dansvloer wordt niet meer een keurige foxtrot of Engelse wals gedanst. Men grijpt elkaar nu bij de handen en in een moordend tempo volgt het gooi- en smijtwerk. Het gaat zo vlug dat een normaal mens dit niet kan volgen.
Johan en Anja zijn benieuwd hoe dit verder gaat, want in de herfst van dit jaar komt de film die hiervan gemaakt is naar Nederland. En Apeldoorn zal als eerste stad in ons land zijn die een film over de rage gaat vertonen. Tenminste, als de burgemeester het goedkeurt. De bevolking is er niet gerust op en wil eigenlijk dat het verboden wordt. Zaterdag 20 oktober 1956 hangt in de vitrine van de bioscoop een bericht dat inderdaad de film door de burgemeester verboden wordt Protesten blijven niet uit. "In Apeldoorn is nooit iets te doen", roepen de jongeren die voor de bioscoop staan en met veel lawaai gaan ze naar ijssalon La Veneza op de hoek van de straat. Het rumoer houdt dagen aan en ook in andere steden van ons land komt de jeugd tot herrieschoppen.
Op een avond schuift de zoon van de groenteboer, die boven de ijssalon woont, het raam omhoog en zet een plaat op zijn pick-up. Het is het gewraakte nummer uit Amerika 'Rock around the clock'. De mensen kijken elkaar eerst nog vreemd aan, maar dan beginnen zij te dansen. Daarna loopt het uit de hand; jongeren springen voor de stadsbus; er wordt met bloemkolen gegooid; halve stenen en klinkers vliegen door de ruiten en ze schreeuwen:'Rock around the clock'. De groep van protesterende jongeren wordt steeds groter en dan grijpt de politie in. Charges volgen en een samenscholingsverbod ingevoerd.
'Weg met de burgemeester' wordt er gescandeerd en ook bij zijn woning gaat een steen door de ruiten. Angst heerst bij de burgers en het gemeentehuis, maar de jeugd is niet te meer te houden. Ze blijven doorgaan met het roepen van leuzen en het draaien van die ene, voor hen o zo belangrijke plaat. Met hun haar vol brillantine groeperen ze zich vooral in het centrum en hun roep om de film te vertonen wordt steeds luider. Dan besluit de burgemeester uiteindelijk toch zijn toestemming te geven, maar zonder geluid. De rust keert weer in Apeldoorn. Het is het begin van een ongekende populariteit van 'Bill Haley and his Comets'. En Johan en Anja? Die hebben als een van de eersten de film gezien.
top | home
Thema: schrijf een thriller
Liefde Diete Schuijt, 2011-11-30
Uit mijn ooghoeken zie ik een schim voor het raam, als ik mijn hoofd draai, is ie weg. Onze flat is de laatste van de galerij, naast de brandtrap. Wij wonen vier hoog en moeten acht halve trappen op om thuis te komen.
Als ik de derde trap oploop, hoor ik beneden de deur dichtslaan. Met mijn oren gespitst, sta ik stil, niets. Ik ga verder, op de vijfde trap hoor ik de voetstappen in het zelfde ritme als de mijne. Als ik stop is er, niets. Dit is nu al de tweede week, telkens als ik de kinderen naar school heb gebracht. Voordat ik het flatgebouw binnen ga, is er geen mens te zien. Toch komt er iemand vlak na mij binnen. Het is alsof ik een echo heb. Er is een stemmetje in mijn hoofd dat vraagt: "Ben je wel wijs, zijn die geluiden wel echt?" Ik ben het helemaal zat en wil het nu weten. Ik draai me om en ga terug. Na twee trappen hoor ik een deur dichtslaan, ik weet het al. Morgen doe ik het overnieuw.
Weer heb ik de kinderen naar school gebracht, ik kijk zoals altijd om me heen. Het is op de trap net zoals de dagen ervoor, ook de stappen, maar nu doe ik het anders. Op de derde draai ik me om en geluidloos, nu op mijn gympen, sluip ik terug. Het is stil. Als ik bijna beneden ben, zie ik nog net een slip van een grijze jas verdwijnen. Direct daarna een harde klap. Het is de deur van de flat die in de hal uitkomt. Ha, nu weet ik wie het is. Ik bel aan, bons op de deur, tuimel naar binnen en word vastgegrepen. Volle borsten duwen, handen knellen om mijn hals en terwijl ze mij smachtend in de ogen kijkt zegt ze: "Eindelijk kom je bij mij, mijn schat."
O god, had ik maar nooit een keer naar haar gefloten.
top | home
Thema: 's nachts ergens van wakker schrikken.
De knal Paula Kremer, 2011-11-09
Zelf heb ik er geen last van, maar onze dochters des te meer. Slaapwandelen doen ze niet, maar toen ze nog thuis woonden kon het gebeuren dat we midden in de nacht een gil hoorden. Ik zat altijd meteen rechtop in mijn bed, om daarna naar de kamer te rennen waar het geluid vandaan kwam. De ene keer hadden ze eng gedroomd, de andere keer dacht de dochter, die boven onder een schuine wand sliep, dat het dak naar beneden kwam. Stond ze rechtop in haar bed het plafond tegen te houden.
"Stil maar, je droomt." Een zoen en daarna werd het weer rustig.
Op een keer was er een hard geluid, terwijl de dochters op vakantie waren.
De knal was zo hard, dat ik dacht dat de oorlog uitgebroken was. Toch leek het geluid uit het huis te komen. Ik kon het niet zo gauw thuisbrengen en wist ook niet of het nu van boven of beneden kwam.
Daarna was alles stil.
In mijn verbeelding hoorde ik beneden iemand rondsluipen.
"Klaas, Klaas wakker worden. Ik geloof dat we inbrekers hebben."
"Welnee, ik hoor niets. Kusje en lekker verder maffen."
"Ga even beneden kijken."
Maar hij had zich weer al omgedraaid en aan het geluid te horen sliep hij al weer.
Ik zat te twijfelen. Weliswaar hoorde ik niets meer, maar die knal was er toch echt geweest. Als ik nu eens zonder licht aan te doen naar beneden sloop.
Zo gezegd, zo gedaan.
Beneden was er niets te zien. Gelukkig waren er in ieder geval geen inbrekers. Toch niet helemaal gerustgesteld viel ik tegen de ochtend in een onrustige slaap.
's Morgens werd alles duidelijk. De wasmachine staat boven en toen ik hem wilde vullen zag ik een ravage in de kamer van mijn dochter. De aan de muur geplakte passpiegel was op de grond gekletterd.
Een paar dagen later zat dochterlief op een verjaardag van mensen die ons ook wel kennen.
Ze vertelde: "Ze hoorde een geluid. Mijn moeder kon paps niet wakker krijgen en besloot zelf maar een kijkje te gaan nemen. Ze sloop naar beneden en mijn inmiddels wakker geworden vader er met een zaklantaarn achteraan."
Natuurlijk was ze de grapjas van de avond.
Klaas heeft het nog vaak moeten horen!
top | home
Thema: samen
SAMEN-GESTELD-ZIJN Dien de Rooij, 2011-08-09
Samen is lachen, huilen en lief en leed samen delen. Dat doe je met goede vrienden en vriendinnen waar je al jaren mee omgaat. Het is een geluk als je lief en leed met hen kan delen.
Vooral als er één van je vriendinnen ernstig ziek wordt heeft ze een arm om haar schouders nodig, steun en belangstelling. Om die persoon moed in te spreken.
Maar er zijn ook gelukkig leuke dingen die je met elkaar meemaakt.
Het leven is soms geen lolletje, maar je moet van iedere dag wat leuks proberen te maken.
Een oud gezegde van vroeger is:
'Het leven is een pijpkaneel, ieder zuigt er aan en krijgt zijn deel'. Een ander luidt: 'Een dag niet gelachen is een dag niet geleefd.'
Je hoeft elkaar ook niet te overlopen.
Maar al gaan er jaren voorbij en heb je elkaar door omstandigheden een tijd niet gezien hebt, dan voel je, het zit goed, omdat je jaren samen met elkaar lief en leed gedeeld hebt.
We waren erg op elkaar gesteld, en dat is dan voor het leven!
top | home
Thema: schrijf een dialoog
De schutting Thea de Hilster 2011-09-28
"Henk waar ben je nou mee bezig". Leny zucht. "Ik wil alvast deze stronk er uit halen. Dan kan ik morgen hier nog wat gras inzaaien."
"Maar je zou de schutting eindelijk maken." "Dat kan morgen ook nog wel."
"Dat zeg je nu al drie maanden, de schutting staat op instorten en het gras kan nog wel wachten."
"Dat vind jij. Ik zie dat anders." Henk gaat rustig door met zijn schep.
"Potverdomme Henk, doordat hij zo half naar beneden hangt kan ik niet goed de struik snoeien. Dat heb ik je al eerder gezegd."
"Je kunt hem ook pas volgende week snoeien, daar heb je nog tijd genoeg voor. Die struik moet je immers pas eind september kortwieken. Ik maak eerst het gras af, nu is het weer er goed voor, de schutting en de struik kunnen nog wel even wachten."
"Maar het staat zo slordig. Als je aan komt lopen lijkt het net of we geen geld hebben om het te maken."
"Wij weten dat dat niet zo is, dus maak je nou eens niet zo druk. En ook al kom je elke keer met andere argumenten aanzetten, ik repareer hem pas als ik er zin in heb en tijd heb." Wanneer zou ze nou eens leren dat ze zich niet met zijn zaken moet bemoeien. Ik word er alleen maar koppiger van, denkt Henk en gaat weer verder met spitten.
Ze zal hem wel eens een lesje leren. Leny loopt naar de schutting en trekt er hard aan.
"Wat doe je nou?"schreeuwt Henk als de schutting met een gekraak naar beneden valt. "Nou moet ik hem eerst uit de weg ruimen, anders kan ik niet verder met het gras."
"Dat is nou precies de bedoeling", grijnst ze en gaat naar binnen.
top | home
Thema: Een pittige discussie
Een pittige discussie Truus Kuiper-Kroon, 2011-10-24
Gerda en Ina
Ina: "Ik weet niet waarom, je hoort tot mijn beste vriendinnen maar ik vind je toch een trut." Gerda: "En ik vind jou een STOMME trut." I: "Waarom?"
G: "Daarom."
I: "Daarom is geen reden."
G: "Nee, maar ik vind je toch gewoon stom."
I: "Waarom ben ik dan stom?" G: "Nou ik vind dat je stomme kleren aan hebt en probeert alle jongens te versieren." I: "Je lijkt wel jaloers, ik heb juist mooie moderne, hippe kleren aan. Iets anders dan jouw verwassen spijkerbroek. En wat jongens betreft daar hoef ik niets voor te doen, die komen vanzelf met bosjes op mij af." G: "Heb jij weleens in de spiegel gekeken? Je kleren zijn ordinair en helemaal niet hip. En die jongens die op jou afkomen willen wel iets meer dan met jou wandelen..." I: Wat een wijsheid, waar haal je dat allemaal vandaan ? G. "Nou op de eerste plaats lees ik goede lectuur met onder andere mode, en dat slag jongens waar jij mee omgaat zijn ook niet de beste. Mij niet gezien!" I: "Ga jij maar lekker zwarte kousen dragen en een lange rok plus een blouse, zo hoog mogelijk gesloten." G: "Ik weet wat er met jou aan de hand is. Je bent jaloers." I: "Jaloers ? Op wie als ik vragen mag?" G: "Op mij natuurlijk omdat Ben op mij is." I: "Laat me niet lachen. Rolf en ik zijn helemaal close. We gaan misschien gauw samenwonen. G. Hemel, dat had ik niet gedacht en verwacht." I: "Zo zie je maar weer. Maar Gerda, waar zijn wij in hemelsnaam mee bezig? Elkaar uitmaken voor alles wat mooi en lelijk is." G: "Ja, het is te gek voor woorden en wij menen er ook nog niets van." I: "Ha, ha wat een stel gekken. Kom op meid, dikke kus en wij zijn weer ouderwets lief voor elkaar."
top | home
Thema: vakantie
Samen (spraak) en/of vakantie Bertie Kaars, 2011-09-06
De radio overspoelt mij met prachtige muziek, ik geniet. Toch is het diep in mij niet helemaal rustig. "Moet jij eigenlijk niet eens aan je schrijfclubhuiswerk, kaarsie, in plaats van dit je overgeven aan de klanken, hangend in de kussens?" De tegenstem wordt sterker, dwingender. "Ja maar", sputter ik tegen: "ik heb vast mijn huiswerkopdracht niet goed gehoord en opgeschreven op een juni. Er staat samen(spraak) in mijn schrift. Daar heb ik toen de vijfminuten-opdracht al aan gewijd. Gewacht heb ik met dit schrijven tot het laatste moment en ik wil niet na drie maanden iemand van de club bellen, het is tien uur 's avonds. Ik zit ongelooflijk te knoeien met de regelafstand en dan ineens vliegt de regel naar onderen. Hoe krijg ik deze regel weer op zijn plaats? Lukt niet, maar weer opnieuw beginnen. Je mail controleren en wat vaker oefenen zou vast helpen .. het is vakantie!!" "Maar waarom reageer jij als mensen vragen wat het nieuwe onderwerp is spontaan met: vakantie?" "Weet niet, heb ik denk ik gehoord de laatste keer." "Nou, wat let je, schrijf dan over vakantie." "Ja maar als dat nu toch niet het opgegeven huiswerk is, wat dan, dat staat zo stom." "Wil je dan liever morgen met niets aankomen?" "Eh, nee, dat vind ik niet aardig en lijkt zo ongeďnteresseerd en dat ben ik niet." "Pak dan nu pen en papier en begin." "O.k. jij je zin." "Eh, eh, zoals jullie allemaal vast wel weten is het zomervakantie geweest. Aan het weer was dat niet zo goed te merken, alleen diegenen die ver van Noord-Europa zijn weggetrokken hebben zomervakantie-ervaring opgedaan. De thuisblijvers of vakantiegangers in Nederland werden herinnerd aan de zomer, omdat cursussen en clubs dan voor die periode gestopt zijn. Verdikkeme, ik houd van warmte en buiten zijn, dat is vakantie en dat kon maar zo weinig. Over dit onderwerp wil ik helemaal niet schrijven, ik word er somber van…..vakantie! Mocht wat." "Tevreden", zegt de stem daarbinnen: "goed gedaan meissie, huiswerk gemaakt, altijd goed, welke van de twee opdrachten het ook is."
top | home
Thema: een onverklaarbaar groot gat in de tuin
Het mysterie Paula Kremer, 2011-05-10
Gisteravond hadden we visite en er zat iemand bij die gewend is om de deur dicht te doen.
Mijn gapen mocht niet baten en 'lusten jullie nog een kopje koffie' had ook niet het gewenste resultaat. Eindelijk om een uur of twee maakte de vrouw aanstalten om weg te gaan door te zeggen dat 'het afzakkertje' nu wel uitgeplast kon worden.
De volgende morgen stonden we laat op. Het was dan ook al elf uur toen ik opmerkte dat de tuin er toch wel erg vreemd uit zag. Het leek met recht of er een olifant door de porseleinkast was geraasd. Alle plantjes vertrapt, takken van de bomen en er lag een grote berg modder.
Meteen dacht ik aan P3. In dat gebouw vinden regelmatig muziekfestiviteiten plaats en er komen jongelui van allerlei allooi. Zouden ze soms half stoned geweest zijn en hier nog een laatste jointje gerookt hebben?
Dat we vannacht niets gehoord hebben zegt meer over ons dan over de daders. Al breekt er brand naast ons uit, dan slapen we er nog doorheen. Sterker nog toen we in de Rijp woonden was 's nachts de brandweer uitgerukt naar het huis aan de zijkant van het onze. De gordijnen waren in brand gevlogen. Wij hadden niets gemerkt.
De tuin zag er trouwens helemaal vreemd uit. Hij leek veel groter en het water waar we aan wonen was van dertig meter breed gekrompen naar drie meter. Ik snapte er niets meer van. Weliswaar had het al een maand niet geregend, maar dit was wel heel absurd. Mijn man was ook nog niet helemaal wakker en zei dat er niets aan de hand was.
"Ik heb koffie gezet, krant lezen en je niet druk maken. Ik wil rust."
Zuchtend zette ik de deur open zodat de kater naar buiten kon lopen.
Mijn nieuwsgierigheid won het. "Ik ga kijken waar die berg zand vandaan komt."
"Doe wat je niet laten kunt," hoorde ik brommen.
Toch een beetje huiverig van wat ik zou aantreffen liep ik mijn nu dertig meter lange tuin in.
Achter de berg zand was een diepe kuil waaruit ik, alsof het heel gewoon was, het geluid van een stofzuiger hoorde. Er werd naar mij gezwaaid vanuit de woonboot die droog was komen te liggen.
"Dit is onze tuin," stamelde ik verward. "Het is ons water en onze boot," was het antwoord.
Ik hoorde een rinkelend geluid en schrok wakker.
Het regent!
top | home
|
|
Enkele oude schrijfsels
Zie voor meer oudere schrijfsels het archief hiernaast.
Thema: lucifer
Lucifers Diete Schuijt, 2011-02-16
Die lagen toen we klein waren heel hoog op een richel. (lees verder »)
Thema: Verhuizen
Verhuizen Bertie Kaars, 2011-03-07
" Hoe krijg je het in je hoofd, wil je dit nu echt doorzetten en je verwacht ook nog enthousiasme van mij?" (lees verder »)
Thema: vrolijk
Vrolijk Truus Kuiper - Kroon, 2011-05-31
Jan is handelaar (lees verder »)
Thema: feest
In de populieren Ella Homan, 2010-12-19
Weet je nog dat feest (lees verder »)
Thema: []
Mijn moeder en de tandarts Truus Kuiper-Kroon, 2010-09-22
Ik had voor mijn moeder een afspraak gemaakt voor de tandarts plus een busje voor vervoer. (lees verder »)
Thema:
Heimwee Truus Kuiper-Kroon, 2010-09-22
Ik mis de gulden (lees verder »)
Thema:
Lopen over water / Thea de Hilster, april 2010-04-21
als een ijsvloer eindigt het water in de horizon (lees verder »
top | home
Thema: lucifer
Lucifers Diete Schuijt, 2011-02-16
Die lagen toen we klein waren heel hoog op een richel. Waren ze bang dat wij de boel in de fik zouden steken? Ik weet nog dat ik ze voor het eerst op school moest gebruiken om het gas te laten branden. Iedereen deed dat gewoon, behalve ik.
In een Spaans of Portugees sprekend land kan je wel eens lelijk voor schut komen te staan. Zo vroeg ik aan een kassameisje om een saco, ze begon te brullen van het lachen en die het hoorden deden mee. Ik kreeg een zak, dat wel, maar vroeg toch wat er loos was. Nou als je een zak van papier wilde hebben, was het 'saco de papel' en anders de zak van een man. Met een kop als vuur ging ik de deur uit. In het vervolg werd ik steeds heel vrolijk begroet en geholpen. Mijn boodschappen werden als vanzelf door hen in de goede zak gedaan.
Zo kan je beter niet hardop 'koe' roepen als je er een ziet, dat is een heel vies woord en betekent zoiets als K.U.T. Een koe noem je daar een 'vaca' het is maar dat je het weet.
Maar wat je echt niet kan doen is om lucifers vragen. Dan wordt je met grote bange ogen aangekeken. Je vraagt dan om 'Duivels' en dat is voor zo'n gelovig volk te veel. Ik heb het opgezocht en dit is wat er staat. Lucifer; vorst der duisternis en der duivelen of gevallen engelen. Laat ik vrolijk eindigen. Lucifer betekent ook 'lichtbrenger'.
top | home
Thema: Verhuizen
Verhuizen Bertie Kaars, 2011-03-07
" Hoe krijg je het in je hoofd, wil je dit nu echt doorzetten en je verwacht ook nog enthousiasme van mij?" Zuchtend stond Johan voor me en bekeek mij misprijzend en met een zeker ongeloof in zijn o zo mooie, bruine ogen. Lief en deemoedig knikte ik alleen maar. Stil, Lies, rustig blijven. Zoveel had ik in de vier jaar dat wij nu samenwoonden al wel geleerd: niet teveel woorden, tegen elkaar opboksen met argumenten of er een prestigestrijd van maken. O, ik zag het al helemaal voor me, de meubels zouden er veel beter tot hun recht komen en de ruimte die we zouden krijgen. Nou ja, het ruimtegevoel dan. Ook de kleuren had ik uitgezocht, in mijn hoofd dan uiteraard, ik moest nog wel wat stalen gaan bekijken bij de Gamma. Nee echt, het zou fantastisch worden … hadden we dat maar eerder gedaan! O, wat wilde ik dit graag! Zuchtend en heel duidelijk niet van harte kreeg ik Johans toestemming. Ik vloog hem om de nek en knuffelde tot hij me van zich afduwde. De voorbereidingen voor de verhuizing konden gaan beginnen. Dozen moesten er komen, heel veel dozen! Het was meteen een goede gelegenheid dubbele boeken, keukenspullen en allerhande zaken, die we eens zo nodig hadden moeten kopen, maar nooit gebruikten, aan een goed doel te geven. Ruimte, daar kwam het op aan. Na een week van werken, uitzoeken en inpakken kwam er een deukje in mijn zelfvertrouwen en goede moed. Het was dus niet zomaar iets, verhuizen en dit was nog maar het begin. Kom op, schop onder je gat heb je nodig, niet nu al mekkeren. Een geleende bungalowtent zette ik met hulp van vrienden in de achtertuin. Daar konden we in koken en slapen, was makkelijker. Vervelend dat het onafgebroken regende, dat gaf extra ongemak. Het gekletter van de druppels op het tentdoek was op den duur minder romantisch dan ik had gedacht. Eigenlijk werd het irritant. Nou ja, het is maar tijdelijk, ik kon er bij mijzelf de moed nog inpraten en zorgde er wel voor dat het contact met Johan tot een minimum beperkt bleef. Ik hoefde er niet nog meer bij. Na een aantal niet altijd even leuke weken en weekeinden konden we ons buitenhuis betrekken. Schitterend was het, het hemelsblauwe plafond, de blauwgevlekte muren, weids. Op de vloer het net-echt kunstgras. De bank boterbloemgeel, de stoelen tulpenrood, de tafels wit met een geel hart, margrieten. De keuken onherkenbaar, zandkleurige vloer en verder alles van verweerde oude planken, jutterswerk. Een minimum aan kookgerei en andere spullen, grijsblauwe muren en een wit gewolkt plafond, binnen het ultieme buitengevoel, rustgevend! Johan werd wat stil, ik uiteindelijk ook. Buiten stond de grote tent, boven een heleboel dozen, ook in onze slaapkamer. Zou het, moest ik … de verhuisdozen maar niet uitpakken. Waar eerst mijn plannen en enthousiasme hadden gezeten, was nu een leegte die langzamerhand dreigde vol te raken met somberte en erger. Te veel natuur, ik trok dat niet. Ik had mijn voorstellingsvermogen en mijn binnenhuisarchitectonisch kunnen flink overschat. Sorry, Johan … we verhuizen weer naar de tent ... o.k.?
top | home
Thema: vrolijk
Vrolijk Truus Kuiper - Kroon, 2011-05-31
Jan is handelaar Of beter scharrelaar Hij loopt nerveus heen en weer Want het MOET lukken deze keer Uit betrouwbare bron heeft hij vernomen Dat er een grote partij ijzer zal komen De zenuwen gieren door zijn keel Het wordt hem allemaal te veel Ging die telefoon nou maar Dan kwam alles voor elkaar Eindelijk. "Jan, alles oké. Kom gauw dan neem je je handel mee." Weg is Jan Hij rijdt zo hard hij kan En dan Wat ziet Jan Een onvoorstelbare partij O, o, wat is Jan blij Hij loopt de baas tegemoet Met een lachende toet "Vrolijk" "U bent inderdaad heel vrolijk" "Ja, ik ben dubbel vrolijk Vrolijk van huis uit Vrolijk is mijn naam En heel vrolijk met deze partij Daarom is deze Vrolijk dubbel, dubbel blij."
top | home
Thema: feest
Weet je nog dat feest in café La Esperanza Jij speelde en jij zong over de liefdeswind die suisde in de populieren van Sevilla en Granada.
Ogen stralen herkenning uit. Boven het laken tasten vingers naar de snaren en vormen een D, een G, een A-septiem akkoord.
Alsof er nooit een onderbreking is geweest, zingt de wind in de populieren van Sevilla en Granada.
top | home
Thema: []
Ik had voor mijn moeder een afspraak gemaakt voor de tandarts plus een busje voor vervoer.
Toen ik binnen kwam mummelde mijn moeder: "Mijn tanden zijn weg, gestolen."
"Dat kan niet mam, we gaan zoeken." Overal gezocht, maar nergens te vinden. Ik ren naar de receptie en doe mijn verhaal.
Dus geen tandarts en geen busje.
Ik blijf nog even bij haar en zie dat er een bos dode bloemen op tafel staan, doe ze in de vuilnisbak en giet water in de gootsteen. En ziedaar: de tanden van mijn moeder lachten mij toe.
Van een andere afspraak is niets meer gekomen.
top | home
Heimwee Truus Kuiper-Kroon, 2010-09-22
Ik mis de gulden Ik mis de cent
Aan de euro raak ik nooit gewend
Hij is zo kil Hij is zo koel
Het geeft een akelig gevoel
De zilveren gulden
Die je met blijdschap vervulde
Met het hoofd van de koningin
In de rand een prachtige zin
Dan de rijksdaalder ook zo'n mooi exemplaar
Die was niet alleen mooi maar ook heel zwaar
Dan had je echt iets
Met de euro heb je niets
top | home
als een ijsvloer eindigt het water in de horizon
je donkere gerimpelde silhouet steekt af
tegen het eindeloze grijs van de vlakte
doelgericht loop je over het water je beeld gaat mee als een wapperende vlag
twee figuren zo verschillend en toch
jij bent het
ik leg je vast
en wacht
tot we gevieren verder gaan
en we de warmte ervaren van elkaars nabijheid
top | home
Zie voor meer oudere schrijfsels rechtsboven op deze pagina in het schrijfselarchief.
|