Schrijfsels van bijeenkomsten van
FronTAAL

Nieuw geplaatste schrijfsels

Thema: oorlog.

De dikke vrouw
Henk Breeuwsma, 2010-06-02

De dikke vrouw in mijn bed draait zich op haar zij. Ik schuif dichterbij en schuil in een van haar huidplooien. Het voelt behaaglijk en beschermend tegelijk. Door het zolderraam is nog nauwelijks een straaltje daglicht te bekennen. Eigenlijk is het een rustige nacht, maar hoor ik daar niet het monotone geluid van vliegtuigen?
"Je bed uit", hoor ik iemand roepen. "Je moet er uit, het is hier gevaarlijk."
Ik kruip dichter tegen de vrouw aan en wil helemaal niet het bed uit. De deken trek ik nog verder over mij heen. Dit is allemaal zo onwerkelijk.
Mijn droom spat uiteen als een granaatscherf door het dak van ons huis bij mij in de slaapkamer naar binnen knalt.
"Opstaan en meteen mee naar beneden", brult mijn broer, "het is oorlog, je had wel dood kunnen zijn!"

Ik graai wat kleding bij elkaar en daal snel de eenvoudige houten trap af. Niemand is beneden. Daar verwissel ik mijn pyjama voor een broek, hemd en jack.
"We gaan naar de boerderij", roept Jacob. Hij is tien jaar ouder en heeft van mijn ouders de verantwoordelijkheid over mij als zij er niet zijn. Arbeiderskinderen weten dat zij dikwijls alleen zijn. Zowel vader als moeder werken voor een boer en op de boerderij is altijd wat te doen. Om vijf uur in de morgen gaan ze de koeien al melken. Ontbijten doe je pas als de melk in bussen langs de kant van de weg staat en de stal is schoongemaakt.

Jacob en ik rennen van het arbeidershuisje naar de boerderij. Buiten is het geraas van vliegtuigen erger. Waar komen die toch vandaan en waar gaan ze naartoe? Wat weet ik als jochie van zes wat oorlog is? Aan de hand van mijn broer merk ik wel dat het hier levensgevaarlijk is. In de boerderij heerst ook paniek. Ze zijn nog niet klaar met melken en angst regeert hun doen en laten. Moeten ze doorgaan of schuilen?
Besloten wordt te schuilen in de kelder van de familie Helder. Twee families zitten dicht tegen elkaar aan en wachten af. Ik zit naast mevrouw Helder, ook een dikke vrouw en denk terug aan de droom van een kwartier geleden.

Plotseling is er luchtalarm. Het doordringende geluid van sirenes maakt de mensen nog angstiger. Ik kijk naar mijn vader. Zijn ogen staan wijd open en staren verschrikt in het rond. Moeder slaat een arm om mij heen en ik hoor haar zachtjes huilen.
"We moeten de kelder uit", zegt boer Helder, terwijl het geluid van de overvliegende bommenwerpers aanhoudt. "Als er straks een bom op de boerderij valt, zitten we als ratten in de val."
Wij vluchten naar de achterzijde van de boerderij. Met onze ruggen tegen de aangrenzende schuur kijken we in de richting van het vliegveld Bergen. Het kan niet anders of de Duitsers zullen het daar op gemunt hebben. Een klein vliegveld met een rij eenmotorige dubbeldekkers en enkele moderne jachtvliegtuigen. Vliegtuigen die ons moeten beschermen tegen indringers. Hoe wrang. Er stijgen rookwolken op van het vliegveld en dan zien we de bommen vallen uit de Duitse bommenwerpers.

In paniek rennen we door de stallen van de boerderij en horen de bommen rondom inslaan. Rook, vuur, jammerende mensen en een onbeschrijfelijke herrie begeleiden ons naar de voorkant. In enkele seconden is alles vernield. We zoeken dekking in de walkant van de sloot en wachten opnieuw af.
Niemand van ons is gewond; wat een geluk. De weg is bedekt met een dikke laag opgeworpen grond van de bominslagen. Volgens een later gehouden telling moeten het er minstens vijftig geweest zijn.

Bij de Hagemansbrug, aan de andere kant van het vliegveld, staan op deze ochtend van de 10e mei 1940 ook de schrijvers Roland Holst en Du Perron te kijken naar het inferno van de Duitse aanval. Roland Holst woont even verder aan de Nesdijk 7. Du Perron en zijn vrouw logeren bij hem. Zij wordt een paar dagen later weduwe. Du Perron krijgt een hartaanval als hij hoort dat Nederland zich heeft overgegeven.

Als de rust is weergekeerd worden de koeien afgemolken en de wei ingestuurd. Wij nemen de schade op en verzamelen wat spullen. Lopend gaan we naar familie in Heiloo, waar we de nacht zullen doorbrengen. Daar geen dikke vrouw om mij te beschermen, maar angstige mensen, die aan een nachtmerrie doen denken.

Veel later heb ik begrepen dat de Duitse vliegers het niet alleen op het vliegveld van Bergen gemunt hadden, maar ook opdracht kregen om de boerderij waarin wij schuilden te bombarderen. Zij dachten dat daar munitie opgeslagen was. Het bleek de verkeerde boerderij.

top | home

Oorlogsherinneringen
Paula Kremer, 2010-06-02

Omdat ik tijdens de oorlogsjaren geboren ben heb ik ze niet bewust meegemaakt. Wel heb ik er veel over gelezen en natuurlijk verhalen gehoord via familieleden.

Vooral mijn vader kon smakelijk vertellen.

Zoals die keer dat hij naar de boerenleenbank ging en naast een NSB'er kwam te zitten. De boeren waren niet bang van dorpelingen die het tijdelijk ver geschopt hadden omdat ze van de Duitsers een baantje kregen toegewezen. Zo ook meneer Jansen. Vooral paps deed hatelijk tegen hem en had een voorafziende blik door te zeggen dat zijn kop kaal geschoren zou worden zodra de oorlog voorbij was.

Nadat de NSB'er de deur uit was kwam er een eveneens foute agent binnen die vroeg wie er zijn kameraad te grazen had genomen.

Papa was voor de duvel niet bang en werd meteen opstandig. Hij riep: "Die verrekte Jansen en jij bent ook niet zuiver op de graat".

Zo kon het gebeuren dat mijn vader die avond een bekeuring kreeg voor het opzettelijk te kakken zetten van een landgenoot en belediging van een ambtenaar in functie.

Diep in hun hart denk ik dat veel Duitsers voor mensen, die met hen heulden, grote minachting hadden. Verraders kwamen echter goed van pas.

Op het platteland was geen gebrek aan eten. Hoewel alles moest worden ingeleverd of een groot gedeelte van de oogst aan de Duitsers diende te worden overgedragen waren de dorpsgenoten erg slim en hielpen elkaar waar ze konden.

Zo vond de molenaar het goed dat een gedeelte van het broodmeel terug ging naar de boer.

In de slachtmaand november zijn er bijvoorbeeld heel wat varkens illegaal geslacht.

Zo ook bij mijn vader. 's Morgens vroeg werd het keutje doodgestoken door de zeer vroeg opgestane slager. Zou hij om zes uur komen, dan stonden de Duitsers erbij, dus kwam hij om drie uur. Alles werd in de keuken gereedgemaakt. De slager kreeg zijn deel en blies de aftocht. Waar Pa het dier verstopte kon zo iemand maar beter niet weten.

Toen slager Slager bij zijn zaak terugkwam en de Duitsers zijn messen zagen moest hij met de billen bloot. Onbevreesd kwam hij bij ons terug, wetende dat de Duitsers voor nop kwamen.

Meer dan een hoopje verbrand stro werd er niet gevonden.

Mijn vader zei dat hij het vuil verbrand had. Buiten dorp kwam de vuilophaaldienst niet.

De Duitsers, voelend dat ze belazerd werden, trokken zich boos terug.

In de kamer was aan beide zijden van de achtermuur een bedstede. Daartussen in was de spinde, die voor de goede opmerker lager was dan de hoogte van de bedsteden.

Op zolder kon een luik worden opengedaan, zodat men bij de inhoud van het hok boven de spinde kon. Een vloerkleed onttrok het geheel aan het oog.

's Avonds aten we verse worstenballen. Er werd ook een portie gebracht naar twee nichten van mijn moeder en naar Joostje Kaat. Deze laatste was een oud krom mannetje, dat op zondag drie keer naar de kerk ging en ons vermanend toesprak als we aardbeien plukten op de dag des heren. "Deze man komt later in de hemel," zei mama.

top | home

Thema: zoals het was.

Schoenmakerij
Truus Kuiper-Kroon, 2010-05-12

Het is 1913 als mijn opa, Willem Kroon, met vrouw en drie kinderen uit Bussum vertrekt om een schoenwinkel en schoenmakerij te openen in de Peperstraat toen nummer D10 later 110 in Purmerend.

Na een paar jaar blijkt de schoenwinkel niet rendabel en legt Willem zich helemaal toe op zijn hobby schoenen maken.

Inmiddels zijn er vier jongens ge boren en verhuist de familie in 1923 naar Padjedijk nummer 16.
Aan de kant van de straat is de schoenmakerij en daarachter het woongedeelte.

Opa was zeer vooruitstrevend en glom van trots dat hij de eerste electrische schoenmakerij in Purmerend had. Vele jarenn later werd er een superlargo aangeschaft. Die vooral in de oorlogstijd heel goed van pas kwam want te kleine schoenen konden iets vergroot worden en te krappe schoenen iets verbreed.Ook was er in de oorlog een schoenenruilbeurs. Natuurlijk liep dat als een trein.

Maar een bijzondere dag was de zondag. Dan kwamen de boeren met kar of koets naar Purmerend om naar de kerk te gaan. Na de kerkdienst kwamen er boerinnen bij schoenmaker Kroon om nieuwe schoenen te laten maken. Dat vond Opa geweldig. Hij deed het bijzonder graag en was trots op zijn werk. De dames moesten kousen en schoenen uit en dan hun voet in het van te voren klaargemaakte gips plaatsen.
Als het gips daarna goed gehard was werd er op een houten leest, die de maat had van het gipsmodel, de leren bovenkant en de binnenkant van de schoen gemaakt. Een secuur werk. Na ongeveer een a twee weken kwamen de dames de mooie nieuwe schoenen ophalen.

Na de oorlog werd er nog een stansmachine gekocht. Die was speciaal voor dure schoenen want in plaats van spijkers te gebruiken werden er houten pennetjes in de schoenzool gestanst.

Na een lang arbeidzaam leven ging de schoenmakerij over op de jongste zoon. Maar door allerlei omstandigheden werd de zaak verkocht.

Tegenwoordig is het een kledingzaak.

top | home

Kroosduiker
Diete Schuijt, 2010-05-12

Toen ik een jaar of vier was, ging ik met een buurmeisje het land in om klavertjes vier te zoeken.
Achter damhekken langs om overal te komen.
Nu vraag ik me af, waarom zijn we er niet overheen geklommen?
Op de terugweg weer met onze korte beentjes achterlangs. Betsie het eerst, dan ik.
Wat er daarna gebeurde ben ik kwijt. Mijn herinnering begint weer dat ik op het aanrecht zat met mijn voeten in de gootsteen, moeder boende en spoelde mij schoon terwijl Betsie met haar moeder er huilend bijstonden.
"Mijn mutsie, mijn mutsie", brulde ik.

Op mijn vijfde moest ik leren fietsen.
Ze hadden een doortrappertje voor mij op de kop getikt.
Het fietsen lukte wel, maar dat op en afstappen.
Ik zette de fiets tegen de hooiberg aan, klom er op en fietste naar het eind van het wagenpad waar mijn zus me opving. Remmen gaat erg moeilijk met zo'n ding.

Zo kwam mijn eerst schooldag er aan.
"Zullen we doen wie het eerst bij de school is?" vroeg mijn zus. En daar ging ze.
Weer ben ik een stuk kwijt.
Tot ik naast mijn fiets op het schoolplein stond. Terwijl alle kinderen toekeken werd ik samen met de doortrapper schoon gespoten met de brandslang.
Druipend werd ik op de fiets naar huis gestuurd.
Een paar klassen lang werd ik kroosduiker genoemd.

We hadden een zoutkist, lichtblauwgrijs geschilderd en anderhalf bij twee meter groot, waar we in mochten varen.Samen met mijn nicht, die elke vakantie bij ons kwam logeren.
De één met een hooiruiter stok, de ander met een oud steelpannetje om te hozen, gingen we van wal. Eerst een stuk de wegsloot door en dan linksom naar de tochtsloot.
De koeien wisten niet wat ze zagen en liepen nieuwsgierig met ons mee.
Na een uur kloeten en hozen waren we bekaf en besloten we om terug te gaan.
Natuurlijk weer staande in de sloot duwde ik en zij trok de kist op de wal.
Daarna sleurden we het zware ding zoveel mogelijk door de vlaaien, dan gleed ie lekker, richting boerderij.

We hebben samen nog veel meer uitgehaald. Als we die herinneringen weer eens ophalen, kijken de mannen elkaar al aan van, o jee, daar beginnen ze weer.
We zijn dan een hele poos niet meer aanspreekbaar.

top | home

Thema: [zie foto]

De ontmoeting
Diete Schuijt, 2010-04-21

Daar staat ze, bewegingloos.
Langzaam benader ik haar, plons door het getij om haar niet te laten schrikken.
Ze draait zich om als ik vlak bij haar ben.
Voorzichtig raak ik even haar mantel aan. Koud, ze is hier al zo lang.
"Kom met mij mee, alleen maar om een eindje te lopen en wat te praten. Dat is prettiger dan hier zo te staan."
Ze pakt mijn hand, kijkt mij aan met stille ogen.
Koud is ook haar hand, ik stop die samen met de mijne in mijn warme jaszak.
We lopen terug naar het warmere zand, zij stram, alsof ze het lopen weer moet leren.
"Mag ik je Liselore noemen? Je hoeft niet te praten, dat doe ik wel voor jou".
Nu hoef ik niet alleen te lopen, we gaan tot die vlaggenstok daar in de verte.
Je hebt zo'n mooi profiel, als door een kunstenaar geschapen.
Je lijkt niet echt op haar, mijn vrouw die van mij heen gegaan is.
Toch, toen ik je de eerste keer zag, zo op de rug, met net zo'n jas aan, was ze daar.
Ze kon ook een hele poos naar de golvende ruimte staan staren.
Wist ze toen al dat ze mij verlaten zou?
Dit stuk liep ik ook altijd met haar, net zo, ze hield van de zee.
Nu zijn we bij de vlag en verlaat ik je. Ik ga door de duinen weer terug en kijk niet om.
Morgen, overmorgen en nog vele dagen erna zal je daar nog staan waar ik je zag.
Tot er een storm komt die jou mee neemt naar de plek waar je naar uitkeek.

top | home

Lopen over water
Thea de Hilster, april 2010-04-21

als een ijsvloer eindigt het water in de horizon
je donkere gerimpelde silhouet steekt af
tegen het eindeloze grijs van de vlakte
doelgericht loop je over het water
je beeld gaat mee als een wapperende vlag
twee figuren zo verschillend en toch
jij bent het
ik leg je vast
en wacht

tot we gevieren verder gaan
en we de warmte ervaren
van elkaars nabijheid

top | home

Thema: kunst (Stedelijk Museum)

Kunst
Rien Sieben, 2010-03-31

Kunst is een nogal rekbaar begrip. In principe mag elke menselijke creatie kunst heten, maar wie zelf geen talent heeft zal de lat minder hoog leggen. Dat geldt vaak voor zowel kunstenaars als kunstkenners.
Tijdens mijn allereerste bezoek aan het Stedelijk Museum hoorde ik door de speakers dat er een speciale rondleiding met uitleg werd gegeven over het werk van een befaamd Amerikaans kunstschilder. Er waren maar liefst drie grote zalen met zijn werk ingericht. Daar had ik wel oren naar, want schilderen was al een tijdje ook mijn liefhebberij.

Bij mijn entree in de eerste zaal zag ik tot mijn grote schrik dat alle schilderijen er bijna hetzelfde uitzagen. Elk werkstuk toonde een vierkant dat opgebouwd was uit vier zwarte lijntjes. Benieuwd ging ik naast de explicateur staan om toch maar vooral niets te missen.

Hij verklaarde dat deze beroemde kunstenaar al jaren met vierkanten aan de weer was en daarbij een enorme ontwikkeling had doorge-maakt. "Zijn hele oeuvre hebben wij hier tentoongesteld", pochte hij.
"Maar", zei ik verbaasd, "ze zien er toch allemaal hetzelfde uit?"
"Zeker niet", antwoordde de man ietwat geïrriteerd , "in deze zaal ziet u zijn vroegste creaties die precies vierkant zijn. In zaal twee is later werk te bewonderen, waarbij ze een beetje rechthoekig zijn geworden. Het scheelt een halve centimeter".
Hoe dan ook, creatief vond ik ze beslist niet! Ik volgde ontgoocheld de man naar de derde zaal.
"Hier ziet u de laatste ontwikke-lingen van onze kunstenaar. Let goed op: de bovenste lijntjes zijn nu een beetje gebogen".
Nu brak mijn klomp! Was die vent nou helemaal gek geworden?

Teleurgesteld in de moderne kunst en voor het leven beschadigd verliet ik het Stedelijk Museum om het daarna voor jaren te mijden.

top | home

Thema:

Lemminkäinen's dood
Ella Homan, 2010-04-02

In het maanlicht aan de oever van de Tuonela
weent een moeder hartverscheurend
om haar overleden zoon.

Waarom wrede Ukko-Ylijumala
hebt Gij Lemminkäinen weggenomen?
Waarom mocht hij de maagd
van Pohjola niet beminnen?
Hij overschreed de grens van dood
en leven om haar voor zich te winnen.
Werd mijn kind gestraft voor wat hij
In de diepste diepten had gezien?

Laat mijn moederhart niet langer lijden.
Toon mij Uw erbarmen deze ene keer.
Geef mijn zoon het leven weer.

top | home

Thema: verandering

De verandering
Paula Kremer, 2010-03-10

Het is heel onschuldig en stoer begonnen. Wim kan het zich nog precies herinneren.
Een buurjongen van zestien vroeg: "Rook je al?"
"Nee ik heb het nog nooit geprobeerd", antwoordde de veertienjarige.
"Ik heb caballero-sigaretten, die zijn heel goed en je kucht er niet van. Proberen?"
Natuurlijk was Wim stoer en hoestte zich een ongeluk na zijn eerste saffie.

Maar de basis was gelegd.

Al gauw ging hij zaterdags werken om aan geld te komen voor zijn rokertje. Niet alleen voor de sigaretten, maar ook om op zaterdagavond naar het buurthuis te gaan. Daar werden denkspelletjes gedaan en men kon er sjoelen. Dit alles onder het genot van seven-up of cola. Ook kon je op dansles, maar hoewel muzikaal maathouden kon hij niet. Verder was er op het dorp niet veel te doen. Pas veel later konden de jongens op voetbal en meisjes op gym Een paar keer per jaar was er dansen en eens per jaar kermis. Daarmee was alles wel gezegd wat er voor de jeugd te doen was.

"Wim spaar je bijverdiensten op in plaats van dat roken", probeerde moeke. Dat roken slecht was kwam niet bij haar op. Pa rookte shag en op zaterdagavond een sigaar. "Lekker", glunderde moeke terwijl ze de geur opsnoof .

De vrouw van Wim heeft ook nog een poging gedaan hem eraf te helpen door op zijn gezondheid en slecht voor de kinderen te wijzen, maar Wim hield niet van preken en zijn echtgenote niet van ruzie dus daar bleef het bij.

Toen Wim zestig was kreeg hij een hartaanval en verbleef een week in het ziekenhuis.
Vreemd genoeg is alleen de hartafdeling uitgerust met een rookkamer.
"Wil je in de hal even sigaretten halen", vroeg hij zijn dochter. Deze weigerde en zei: "Slecht voor je kleinzoon pap, bovendien verkopen ze in het ziekenhuis geen rookwaren".

Twee dagen nadat hij was opgenomen, stond er naast de foto van zijn kleinzoon een geboortekaartje, dat aankondigde dat hij nu ook kleindochter Tess had. Een nachtzuster van een jaar of vijfenveertig bekeek de foto en het kaartje.
"Ik zou er graag een borreltje op willen drinken en een sigaretje roken", zuchtte opa.
De zuster gaf hem als antwoord: "Je zult wel lang plezier hebben van deze twee als je zo doorgaat met je leven".

Wat moeder, vrouw en kinderen niet voor elkaar kregen lukte haar wel.

Hij heeft nooit meer gerookt. En dat borreltje, met mate, is goed voor de aderen.

top | home

Thema:

Flitsen uit Thailand
Diete Schuijt, 2010-03-00

We zitten op het terras te wachten op ons ontbijt en zien een vissersbootje aankomen.
Met nog wat extra gas geven komt het een paar meter vanaf de vloedlijn tot stilstand.
Moeder laat haar dikke lijf in het water ploffen, plonst door de branding en gaat op haar platte gat in de schaduw van ons terras zitten.
Drie poedeltjes volgen haar. Wat te dichtbij komt wordt weg geblaft.
Vader sjouwt de visnetten uit de boot en legt ze op een hoop voor moeder neer.
Omdat het net niet kapot mag gaan plukken ze samen heel voorzichtig de visjes, inktvissen en kreeften eruit. De kreeftenpootjes worden met elastiekjes bij elkaar gebonden. Moeder heeft eten en drinken mee. Dat moet ook wel, ze zitten er uren.

Terwijl wij nog steeds wachten, zien we borden met eten voorbij gaan.
Gebraden kip en eend, fruit, rijst en groenten. Flessen wijn en een borreltje. Het wordt allemaal gerangschikt op een tableautje voor de Boeddha, die het geduldig aanziet zittend in zijn tempeltje. Als we denken dat hij nu alles heeft, wordt er nog snel een kommetje soep bijgezet.
De rook van de wierookstokjes kringelt er geurend doorheen.

Onze koffie, sapjes en pancakes worden gebracht. Het meisje buigt met gevouwen handen als ze het heeft neergezet. Ik buig inmiddels terug.
Er blijft eten over.
Als het meisje af komt ruimen wijst Henk op de pannenkoek en zegt "voor de Boeddha".
Haar ogen vlammen "Boeddha First".

Gelukkig gaan we die dag weg.
Ook de koning wordt vereerd. Op huizen,gebouwen en winkels zie je zijn foto staan. Op pleinen soms wel van tien bij vier meter. Er worden bloemen voor neergezet en bij het langsgaan een buiging gemaakt.
Zal koningin Beatrix jaloers zijn?

top | home

Thema: bomen

Diversiteit
Ella Homan, 2010-02-25

Ik ben een forse Canadese eik.
Ik haatte het opruiende gezeik
van wethouder De Kwaadsteniet:
"Exoten horen niet in dit gebied.

Juist hier komt volgens plan een nieuwbouwwijk
met enkel plaats voor de inheemse eik."
Veel raadslieden zongen ditzelfde lied.
Een kapvergunning lag in het verschiet.

Mijn kansen keerden onverwacht. De maat
bleek vol, men schreeuwde luid: "Laat staan die eik.
Diversiteit verrijkt." "Niets aan de hand,

Het is een misverstand," suste de raad.
De actievoerders kregen hun gelijk.
Nog altijd sta ik op datzelfde land.

top | home

Thema: sneeuw

Sneeuwbal
Rien Sieben, 2010-02-17

Onze openbare lagere school stond naast een bolwerk van katholieke gebouwen, waaronder drie scholen, een ommuurd nonnenklooster en de speeltuin Sint Agnes. Als je in die speeltuin als niet-katholiek ging spelen, dan werd je onmiddellijk verlinkt door de jeugd daar en naar buiten geleid door pater Kromteen, die je oor gemeen omdraaide. Zo ontstond er nogal wat wrevel. Maar wij waren vindingrijk.

Pater Kromteen vond op een mooie lentedag zijn zwarte herenfiets met zijtassen terug boven op het platte dak van de school. Hij stond daar gewoon op zijn standaard. Iedereen keek verbaasd omhoog. Geen mens kon vertellen hoe die fiets daar gekomen was, noch hoe hij weer terug te krijgen was.

Net voor Hemelvaartsdag werden grote brokken carbid in een gemeenteput voor de katholieke school gedeponeerd. Met een immense knal vloog het ronde putdeksel huizenhoog over de school heen, ketste tegen de schoorsteen van het klooster aan en rolde over het schooldak weer terug richting fiets van pater Kromteen, die daar nog steeds stond. Het rijwiel kantelde, viel naar beneden en kwam wonderwel on-beschadigd in de bosjes terecht. "Met behulp van boven", beweerde de pater later.

Tijdens het voetballen werd soms per ongeluk een bal over de muur van het klooster geschopt. Wie aanbelde en zijn bal beleefd terugvroeg kreeg altijd een donderpreek en een raar bidprentje mee. Ook moesten die enge in zwart gehulde nonnen je altijd even betasten. Jeuk kreeg je van die griezels.

Die winter sneeuwde het veel en vaak. Wij besloten om de grootste sneeuwbal ooit te maken. Dat ging natuurlijk niet in een dag. Tijdens elk speelkwartier werd de bal met vereende krachten groter en groter. Nadat een cementwagen een flinke plas cement had achtergelaten, besloten wij om onze sneeuwbal daar ook maar doorheen te rollen. De bal, die bijna twee meter hoog was, zag er onheilspellend uit. Hij werd zo zwaar dat hij tenslotte bleef steken op het tegelpad naast de katholieke school.
Geen mens die er meer door kon. Pater Kromteen kwam kwaad aanlopen en riep:
"Die sneeuwbal moet daar weg, zo kan ik er met mijn fiets niet langs. Ik zal wel eens even helpen!" Met behulp van een lange balk en een houten wig kreeg de bal zijn laatste zetje. Omdat het pad schuin afliep, rolde de kolos uit zichzelf verder. Recht op de kloostermuur af! Met een enorme dreun bezweek de muur en de bal rolde de kloostertuin in, waar hij nog zeker tot eind mei bleef liggen.
Alle nonnen gilden als magere speenvarkens.

Niemand durfde aan te bellen om de bal terug te vragen.

top | home

 

Enkele oude schrijfsels

Zie voor meer oudere schrijfsels het archief hiernaast »

Thema: feestdagen

Tijd / Thea de Hilster, 2010-01-06

Je kunt de tijd niet overdoen (lees verder »)

Thema: bomen

Mijn boom / Paula Kremer, 2010-01-27

Eigenlijk had ik een andere boom in gedachten, maar toen ik er vanochtend langs liep wist ik het ineens. (lees verder »)

Thema: muziek

Op de Franse harp spelen / Truus Kuiper-Kroon, 2009-11-11

Wat spelen wij vandaag (lees verder »)

Thema: buren

Buren toen en nu / Ella Homan, 2009-11-03

Twintig jongelui, waartoe ik behoorde, schoten wortel langs een pas aangelegde weg tussen de weilanden.(lees verder »)

Thema: inschrijfoefening: De ring

Ome Henk / Rien Sieben, 2009-10-14

Ome Henk was bokser van boksvereniging 'De Ring'.(lees verder »)

Thema: je loopt op straat en ziet dat iemand een tas steelt

De Hand / Diete Schuijt, 2009-10

Een hand die met één snelle beweging de rits van een tas open trekt en er een handvol spullen uit pakt die hij vervolgens in een jaszak stopt, om daarna op zijn gemak weg te lopen.(lees verder »)

top | home

 

Tijd / Thea de Hilster, 2010-01-06

Je kunt de tijd niet overdoen
Besteedt hem daarom goed
Je werkt en vliegt en rent
Ontspant door sport, tv of boek
De uren die je hebt verbruikt
Zijn dadelijk al weer toen
Je kunt de tijd niet overdoen
Besteedt hem daarom goed
Wil je iemand nog iets zeggen
Stel het dan niet eeuwig uit
Al kost het je veel moed
Je weet niet hoeveel tijd je krijgt
Besteedt hem daarom goed
Je kunt de tijd niet overdoen

top | home

Mijn boom / Paula Kremer, 2010-01-27

Eigenlijk had ik een andere boom in gedachten, maar toen ik er vanochtend langs liep wist ik het ineens. Deze is het! Wat staat hij er prachtig bij met zijn groene kleedje aan.

Toen we in zesenzestig in Purmerend kwamen wonen stond het veilinggebouw nog langs de Where. Het brede water dat, via diverse waterwegen, het IJsselmeer met het Alkmaardermeer verbindt.
De veiling deed niet meer als zodanig dienst, maar werd toen al voor andere evenementen gebruikt, zoals een autotentoonstelling en een schaaktoernooi.

Verderop langs het dijkpad stond zowel aan de overkant van het water als aan de kant van het weggetje een treurwilg.
Vooral de boom waar ik langs liep was toen nog klein. Hij leek nog kleiner, omdat hij bij een huis stond dat een stuk lager lag dan het dijkje. De bewoners hadden een stenen trap aangelegd om gemakkelijk op de dijk te kunnen komen.
Op het grote grasveld, waarin de boom stond speelden hun kinderen. Ik zag ze met allerhande speelgoed van trapautootjes tot springtouw. En natuurlijk klommen ze in de boom en maakten er een boomhutje in.

In de winter was het helemaal dolle pret als ze met hun slee vanaf de dijk zo in de tuin konden glijden.

Dichtbij de brug, die naar het stadje leidt, lagen plezierbootjes. Sommige eigenaren gingen er in de zomer mee varen, maar de meeste vaartuigen bleven aan de kant en dienden vnl als zomerverblijf. Vooral stedelingen, die in Amsterdam op driehoog woonden, hadden zo'n jacht aangeschaft. Zo konden ze genieten van natuurschoon, waren dicht bij de winkels en sommigen gingen zelfs in dat vieze water zwemmen.

Inmiddels is er heel wat veranderd.

De veiling is al dertig jaar weg. In plaats daarvan staat er een flatgebouw en verderop eengezinswoningen. Wij hebben geboft dat we een woning aan het water konden krijgen en dat de tuin op het zuidwesten is.
De boom is inmiddels flink uit de kluiten gewassen. Nog even en hij komt met zijn takken in het water.
Als ik er langs loop met mijn kleinkinderen wijs ik op de treurwilgen en soms zien we er kinderen spelen. Wat dat betreft is er nog niet veel veranderd.
Ik mag graag op, het langs het pad staande, bankje zitten lezen. Zo nu en dan droom ik weg onder mijn boom, terwijl ik naar de treurwilg aan de overkant van het water kijk.

"Oma hier kun je lekker met de slee vanaf als er sneeuw ligt" zei mijn kleinzoon
laatst.

"Zo is het maar net schat"

top | home

Op de Franse harp spelen / Truus Kuiper-Kroon, 2009-11-11

Wat spelen wij vandaag
Dat is een goede vraag.
Wordt het een mandolien
Of een trompet misschien
Ik denk meer aan een gitaar
Of vind je dat een beetje raar
Nee, maar voor het sentiment
Denk ik aan een blaasinstrument.
Ik heb een goed idee!
Wij gaan met vele instrument
en in zee hobo-tuba-ukelele-veldschalmei
Kijk dat maakt de mensen blij
Zo krijg je een prachtige tune
En vangen we vast nog wel wat poen
Dan kunnen wij ergens lekker gaan eten
Oh, nee dat kan je wel vergeten
Het geld gaan wij altijd eerlijk verdelen
Voor nu wordt het OP DE FRANSE HARP SPELEN!

Op de Franse harp spelen = niets te eten hebben.

top | home

Buren toen en nu / Ella Homan, 2009-11-03

Twintig jongelui, waartoe ik behoorde, schoten wortel langs een pas aangelegde weg tussen de weilanden.
We hadden het daar reuze naar ons zin, beleefden dezelfde avonturen en praatten in ruistoon met elkaar. We voelden ons kerngezond en stonden stevig verankerd in de grond.
Als de wind aantrok, ging onze ritselende conversatie over in nerveus gepiep. Bij windkracht negen kreunden we van angst. Vervolgens begonnen onze ledematen heftig te kraken. We bleven echter overeind en troostten elkaar als er spaanders vielen.
Zo trotseerden wij jarenlang de elementen tot er iets veranderde in ons leefklimaat. Het werd langzaamaan warmer...

Aanvankelijk merkten wij dit niet. Echter naarmate de temperatuur steeg, rukte een groeiend aantal uitheemse onverlaten op uit het zuiden.
Onzichtbaar geniep begon te knagen aan onze grondvesten. Mijn linker buur kreeg huiduitslag. Vreemde ziektes braken uit. De dokter werd geroepen. Hij stond machteloos en vreesde het ergste.
Uiteindelijk gingen de meesten van onze woongroep voor de bijl. Ze werden verhakseld, hun resten afgevoerd. Slechts drie bleven over, waaronder ikzelf.

Aan weerskanten van mij gaapten grote diepe gaten.
Ik probeerde met de anderen te praten. Hoe hard ik ook schreeuwde, verstaan lukte niet. We stonden te ver van elkaar en konden geen kant op.
De hoop op een spoedige komst van nieuwe bewoners hield ons overeind.
Pas na een halfjaar werden de lege plekken opgevuld.

Hoe anders gaat het er nu aan toe in onze woonwijk. Met de nieuwe buren voel ik weinig binding, Ze zien er spichtig uit, zijn piepjong, hebben andere interesses en spreken onze ruistaal niet. Ze bemoeien zich niet met mij.
Eenzaam breng k mijn dagen door. De toekomst zie ik somber in. De tijden zijn veranderd. Ieder leeft voor zich, heeft aan zichzelf genoeg.

top | home

Ome Henk
Rien Sieben, 2009-10-14

Ome Henk was bokser van boksvereniging 'De Ring'.
Thuis schepte hij altijd op hoe goed hij wel niet was. Maar als er weer eens een bokswedstrijd was geweest en hij vol blauwe plekken thuis kwam, ging hij stil in een hoekje zitten om zijn wonden af te likken.

Na de zoveelste gebroken neus vond zijn vrouw Mien het welletjes en verbood hem om nog langer te boksen.
"Waarom ga je niet gewoon klaverjassen?" vroeg ze.

Ome Henk besloot om lid te worden van de klaverjasclub. Al tijdens de eerste partij kreeg hij het aan de stok met zijn tegenspelers, waardoor een slaande ruzie ontstond. Zo kwam ome Henk toch nog thuis met een blauw oog. Mien snapte er niets van.

top | home

De Hand
Diete Schuijt, 2009-10

Een hand die met één snelle beweging de rits van een tas open trekt en er een handvol spullen uit pakt die hij vervolgens in een jaszak stopt, om daarna op zijn gemak weg te lopen. De eigenares van de tas bekijkt nog steeds de verschillende oliebollen die in de kraam liggen te pronken, welke zal ze kiezen?
Mijn benen bewegen als vanzelf de jongen achterna. Hij draagt een zwart glimmend jack en een donkere spijkerbroek waarvan het kruis zo laag hangt dat hij er vast niet in kan hardlopen. Een roodgebreide muts diep over zijn oren. Dat rood is als een lamp die mij de weg wijst. Er lopen vaak agenten over de kermis, maar nu net even niet. De muts slentert langs de attracties, buigt zich hier en daar ergens overheen. Wat zijn hand doet kan ik niet goed zien, er zijn te veel mensen. Nu loopt hij sneller we verlaten de drukte. We gaan richting park, ik hoop niet dat hij omkijkt, moet ik stoppen? Hij loopt het park in en ik wacht even om mijn hart wat rust te geven. Als hij om een bocht achter de bomen verdwijnt ga ik langzaam verder. Daar zit hij op een bank, nu moet ik gewoon doorlopen. Bij het voorbijgaan zie ik zijn gezicht, gelukkig niet getint, een jaar of zestien, maakt dat wat uit? Ja voor mijn gevoel wel. Zo 'n snotaap. Dan snelle voetstappen achter mij, ik kijk om en begin te hollen, er glimt iets in zijn hand, een mes? Mijn tas slingert om mijn schouder, het geld zit in de binnenzak van mijn jas maar dat weet hij niet. Hulde aan zijn broek, ik kan sneller. Geen mobieltje bij me, heb ik ook geen tijd voor.
In de verte zie ik een man aankomen met een hondje, dat wordt mijn held, ik stuif op hem af en pak hem beet.
"Een zakkenroller, grijp hem" schreeuw ik in zijn gezicht.
Hij duwt me weg. "Rustig aan, waar dan?"
Woest kijk ik achterom. "Dan zit ie in de bosjes."
"Ja hoor je hebt zeker te veel in de draaimolen gezeten, ga maar gauw naar huis vrouwtje." En hij loopt haastig door.
"Barst"

top | home

Zie voor meer oudere schrijfsels het archief